Wat Honden Doen Deel 3 – Zintuigen

De zintuigen van de hond

Zicht

De hond heeft een breder gezichtsveld dan een mens of kat. Dit betekent dat een hond dingen links en rechts beter ziet en dat de hij tegelijkertijd meer dingen waarneemt. Bij de verschillende rassen is er zelfs een verschil waarneembaar in de ligging en stand van de ogen in het schedel. Een hond kan op afstand duidelijk bewegende objecten waarnemen. Alleen als dit object stilstaat is het voor de hond moeilijker waar te nemen. Honden hebben verder ook moeite met het inschatten van afstanden. Ook is het voor honden moeilijker om detail waar te nemen als het object zich vlak bij de ogen van de hond bevindt. Dit wordt gecompenseerd met een beter reukvermogen en een beter zicht in het donker. Vroeger werd beweerd dat honden geen kleur konden zien. Onderzoek heeft bewezen dat dit onjuist is maar dat honden wel minder goed kleur kunnen onderscheiden dan de mens.

Gehoor

Honden zijn in staat hun oren in verschillende richtingen te bewegen. Dit zorgt er voor dat ze heel goed kunnen bepalen waar geluid vandaan komt. Een hond is tevens in staat om ultrasone geluiden waar te nemen. Hierdoor reageert de hond op het geluid van een hondenfluitje. 

Reuk

Het oppervlakte van het neusslijmvlies is bij de hond aanzienlijk groter dan bij de mens. Bij de hond is dit 25 tot 250 cm2 en bij de mens 2 tot 3 cm2. Een hond herkent zijn baas dan ook eerder met zijn reukvermogen dan met zijn zichtvermogen. Aangezien dit zintuig bij de hond zo goed ontwikkeld is zult u hier tijdens het trainen ook rekening mee moeten houden. Omdat de hond zo goed is om geur waar te nemen ontgaan ons vaak prikkels in de omgeving die de hond wel waarneemt. Geur en reuk maken een essentieel deel uit van de belevingswereld van de hond. Het is daarom belangrijk dat u uw hond zo nu en dan laat snuffelen tijdens de wandelingen. Dit snuffelen heeft de hond nodig in zijn hond zijn. 

Smaak

Het smaakvermogen is nauw verbonden met het reukvermogen. Honden zijn in staat om een zoete smaak waar te nemen. Een zoute smaak kunnen ze echter niet waarnemen. Daarom moet de hond altijd in de gaten worden gehouden tijdens wandelingen langs de zeekust. Bij dorst zullen ze door dit gebrek aan waarneming uit de zee gaan drinken. Een hond is in het bezit van 1706 smaakpapillen, een mens heeft met 9000 smaakpapillen aanzienlijk meer smaakvermogen dan de hond.

Tijdens de volgende aflevering gaan we verder in op roedelgedrag. Heeft u vragen en/of opmerkingen over dit bericht ? Mail dan naar redactie@ilipse.nl.